Handhaving van de Noodverordening

In een crisis van deze omvang is behoefte om snel en efficiënt te handelen. Gelukkig kent Nederland een goed rechtssysteem als het gaat om het nemen van noodmaatregelen. Hieronder gaan we dieper in op de handhaving van de noodverordening naar aanleiding van COVID-19.

face-mask-on-blue-background-3786126

De Minister De landelijke overheid neemt maatregelen om de verdere verspreiding van het COVID-19 virus te voorkomen. Volgens de Wet publieke gezondheid (Wpg) ligt de bestrijding van de meest ernstige infectieziektes namelijk bij de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (art. 7 lid 1).

De voorzitters van de veiligheidsregio’s Echter, de Wpg kent de Minister geen regelgevende bevoegdheid toe. De Minister kan op grond van artikel 7 de voorzitters van de veiligheidsregio’s de opdracht geven om de maatregelen om te zetten in bindende besluiten voor burgers op grond van openbare orde en veiligheid. De uitvoering en handhaving van die maatregelen ligt daarmee bij de voorzitters van de 25 veiligheidsregio's (art. 6 lid 4). In de praktijk zijn dat de burgemeesters van de grootste steden in Nederland. Dat betekent dus dat de voorzitters van de veiligheidsregio’s de besluiten van de Minister moeten omzetten naar algemeen verbindende voorschriften. Dat zijn voorschriften die gelden voor alle burgers. Dit kan in noodverordeningen. Een noodverordening is een tijdelijke, lokale wet die voor iedereen geldt.

Nu de uitoefening van de bevoegdheid tot het vaststellen van een noodverordening niet ligt bij de burgemeester, maar bij de voorzitter van de veiligheidsrisico, is de bekrachtigingsprocedure van de gemeenteraad niet van toepassing. De voorzitters van de veiligheidsrisico’s kunnen verschillende maatregelen nemen zoals: mensen in quarantaine plaatsen, verbieden te werken en gebouwen/terreinen sluiten.

De burgemeester De daadwerkelijke handhaving van de maatregelen ligt volledig bij de lokale burgemeester. De bevoegdheid tot het opleggen van een last onder bestuursdwang of een last onder dwangsom worden namelijk niet genoemd in de wet als een bevoegdheid van de voorzitter van de veiligheidsrisico. Een burgemeester beschikt over de bevoegdheid tot het opleggen van een last onder bestuursdwang ter handhaving van de lokale noodverordening bij niet naleving hiervan (art. 125 Gw).

De BOA's De handhaving van de noodverordening is vrijwel altijd strafrechtelijk. Overtreedt iemand de noodverordening, dan kan de politie de overtreder een boete opleggen. Voor het uitvaardigen van een dergelijke strafbeschikking kan het bevoegd gezag buitengewone opsporingsambtenaren (boa's) inzetten. Dat de noodverordening niet afkomstig is van het bevoegd gezag onder wiens verantwoordelijkheid de boa functioneert, is voor het strafrecht niet van belang.

Model Noodverordening Om uniformiteit te bewerkstelligen, stelde de Minister in overleg met het veiligheidsberaad een Model Noodverordening op. De voorzitters zijn niet gehouden deze letterlijk over te nemen. Zij mogen voor een eigen formulering kiezen. Wel dienen zij de maatregelen over te nemen die de Minister heeft opgedragen. Formeel is dus geen sprake van één noodverordening, maar van 25 vrijwel identieke noodverordeningen.

De Noodwet Om de noodverordening een stevigere juridische basis te geven, werkt het kabinet op dit moment aan een noodwet. Deze zal de noodverordeningen vervangen.

De Noodverordening en DC De Model Noodverordening kunt u terug vinden in Digitale Checklisten in de vorm van een controleformulier. Door het invullen van het eenvoudige controleformulier, kunnen handhavers de overtreding snel en goed vastleggen. Indien je vragen hebt over de checklist naar aanleiding van de noodverordening, neem dan snel contact op met onze servicedesk.

Daarnaast volgt Digitale Checklisten het nieuws over de Noodwet op de voet. Houd onze website goed in de gaten.

Sorry

De versie van de browser die je gebruikt is verouderd en wordt niet ondersteund.
Upgrade je browser om de website optimaal te gebruiken.