Mag je handhaven wanneer iemand niet aan een verzoek meewerkt?

De wetgever geeft toezichthouders verschillende bevoegdheden zodat ze hun werk goed kunnen uitvoeren. Deze wettelijke bevoegdheden staan in titel 5.2 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) Zo heeft een toezichthouder de bevoegdheid om inzage te vorderen van zakelijke gegevens en daarvan kopieën te maken. Iedereen is verplicht om aan een verzoek van een toezichthouder mee te werken, voor zover het redelijk is. Maar wat als iemand weigert mee te werken? Mag je handhaven wanneer iemand niet aan een verzoek meewerkt? En hoe dan? Je leest het in dit artikel.

Bevoegdheden  toezichthouders

Inspanningsverplichting en geen resultaatsverplichting

De medewerkingsplicht van artikel 5:20 Awb is een inspanningsverplichting en geen resultaatsverplichting. De vraag of aan een vordering tot medewerking is voldaan, moet dan ook worden beantwoord aan de hand van feiten en omstandigheden die zich hebben voorgedaan na de vordering. Dit volgt uit jurisprudentie van de ABRvS. Uit jurisprudentie volgt ook dat – vanuit het oogpunt van rechtszekerheid – hoge eisen moeten worden gesteld aan de kenbaarheid van een vordering tot het verlenen van medewerking.

Het bevoegd gezag heeft de bevoegdheid tot sanctioneren

Het bevoegd gezag mag overgaan tot handhaving indien bij of krachtens de wet de bevoegdheid tot het sanctioneren van de overtreding van artikel 5:20 lid 1 Awb aan het bevoegd gezag is toegekend. Dit volgt uit artikel 5:4 lid 1 Awb. In veel bijzondere wetten is aan een bestuursorgaan de bevoegdheid toegekend om een last onder bestuursdwang op te leggen wegens overtreding van de medewerkingsplicht. Enkele voorbeelden van bijzondere wetten die de bevoegdheid tot oplegging van een last onder bestuursdwang ter handhaving van de medewerkingsplicht toekennen aan bestuursorganen zijn de Wet Algemene bepalingen omgevingsrecht (artikel 5.14 Wabo) en de Drank- en Horecawet (artikel 44 DHW).

Aanhangig wetsvoorstel

Op dit moment is een wetsvoorstel aanhangig om deze sanctioneringsmogelijkheid algemeen te regelen in de Awb, via een aanvulling van art. 5:20 Awb. Het nieuwe lid 3 regelt dat in alle gevallen de medewerkingsplicht kan worden gehandhaafd via oplegging van een last onder bestuursdwang (of last onder dwangsom). Deze aanvulling van art. 5:20 Awb moet tegelijk in werking treden met de Omgevingswet (beoogd per 1 januari 2022). Het nieuwe artikellid luidt: “3. Het bestuursorgaan onder verantwoordelijkheid waarvan de toezichthouder werkzaam is, is bevoegd tot oplegging van een last onder bestuursdwang ter handhaving van het eerste lid.”

Ook hier geldt dat alleen een sanctie kan worden opgelegd als de betrokkene zich onvoldoende heeft ingespannen om aan de vordering tot medewerking te voldoen. De medewerkingsplicht is immers geen resultaatsverplichting.

Sorry

De versie van de browser die je gebruikt is verouderd en wordt niet ondersteund.
Upgrade je browser om de website optimaal te gebruiken.